De Veldgids Nr. 01
De vorm van een argument
Stelling, bewijs, verbinding. Het derde deel laten beginners weg.
Elk argument dat de moeite waard is, heeft drie onderdelen. De meeste mensen krijgen de eerste twee voor elkaar en slaan het derde over, terwijl juist dat overtuigt.
De drie onderdelen
Een stelling is wat je de tegenpartij wilt laten aannemen. Het bewijs is het feit, het voorbeeld of het cijfer dat je erachter zet. De verbinding is de reden waarom dat bewijs de stelling werkelijk ondersteunt.
Zo ziet de vorm er uitgewerkt uit. Stelling: steden zouden auto's uit het centrum moeten weren. Bewijs: het verkeer doodt jaarlijks duizenden voetgangers. Verbinding: minder auto's waar mensen het meest lopen betekent minder van die doden, dus de regel redt levens.
Laat de verbinding niet weg
Beginners poneren een stelling, noemen een feit en stoppen. Ze gaan ervan uit dat het verband vanzelf spreekt. Dat doet het zelden. Een jury kan het ermee eens zijn dat het verkeer mensen doodt en zich toch afvragen waarom een autoverbod de oplossing is en niet bredere stoepen of lagere maximumsnelheden. De verbinding dicht dat gat. Ze beantwoordt de onuitgesproken vraag: en dus?
Als je een punt opbouwt, zeg het waarom dan hardop. Gebruik een verbindingswoord dat je ertoe dwingt: "wat ertoe doet omdat", "en dat onderbouwt de stelling want", "dus volgt eruit dat". Kun je de zin niet afmaken, dan heb je een feit, nog geen argument.